Waarom zijn we zoals we zijn? Deels is dat levenservaring, deels zit het in ons DNA ingebakken. Klinisch genetisch onderzoek kan soms helpen om met een andere bril te kijken naar onbegrepen gedrag. Psychiater Maarten Otter en CCE-coördinator Marah Katerberg spreken hierover met elkaar, naar aanleiding van Maartens promotieonderzoek naar het Triple X-syndroom.
CCE is Centrum voor Consultatie en Expertise.
Mannen hebben een X-chromosoom en een Y-chromosoom, vrouwen hebben twee X-chromosomen. Ten minste, dat geldt voor de meerderheid. Inmiddels weten we dat de menselijke biologie zich niet zo eenvoudig laat samenvatten, er bestaan allerlei variaties. Neem het relatief bekende syndroom van Klinefelter, waarbij de man een extra X-chromosoom heeft. Maar ook vrouwen kunnen een extra X-chromosoom hebben, zoals bij het Triple X-syndroom. Dat syndroom is veel minder bekend in de zorg, merkt psychiater Maarten Otter. “Het wordt gezien als een zeldzame aandoening, maar komt naar schatting voor bij 1 op de 1.000 vrouwen. Dus elke huisarts moet eigenlijk wel iemand met dit syndroom in de praktijk hebben.”
Meer over dit gesprek is te lezen op www.cce.nl

